Expertise E/Actueel/Deel 3 van een vierluik, geschreven door Esther Adriaansz, als advertorial gepubliceerd in AD Visie

Deel 3 van een vierluik, geschreven door Esther Adriaansz, als advertorial gepubliceerd in AD Visie

Met deze reeks van 4[1] wil ik zichtbaar maken welke -onzichtbare- processen ons werk in letsel beïnvloeden. Aan de hand van deze thema’s omschrijf ik wat het werken in letselschade met mij als professional en met mij als persoon doet. Welke vaardigheden worden aangesproken, waar het mij uitdaagt en waar ik voldoening ervaar.

[1] Deze reeks is gebaseerd op een bewerking van mijn artikel dat in 2025 werd gepubliceerd in het Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade (TVP).

In deze editie neem ik jullie mee aan de hand het thema:

De kaders van de Wvp: loslaten loont

De Wet verbetering poortwachter legt lange tijd de nadruk op terugkeer in het eigen of aangepast werk bij de eigen werkgever. Artsen volgen binnen de Wvp het medisch herstel en in een vroeg stadium kunnen zij vaak nog geen concreet eindbeeld schetsen. Zolang medisch herstel mogelijk lijkt, ook al zou dit gedeeltelijk zijn, blijft spoor 1 het einddoel. Werkgevers en werknemers gaan daar vrijwel altijd in mee. Spoor 2-begeleiding naar passend werk bij een andere werkgever wordt in die situatie vaak ervaren als een verplicht nummer, niet als een serieuze alternatieve route. In veel situaties is dit logisch en passend, maar bij mensen met complex of fors letsel is dat vaak juist niet het geval.

In de letselschadebranche hebben wij vaak te maken met mensen met blijvende functionele beperkingen. Van ons wordt verwacht dat wij vroegtijdig signalen oppakken die in de richting wijzen van structurele functionele beperkingen en dat wij onze werkwijze daarop aanpassen. Dat schuurt soms met de Wvp-processen, maar heeft belangrijke voordelen voor alle betrokkenen.

De kaders van de Wvp

Denk bijvoorbeeld aan een kapster met een knieverbrijzeling. De Wvp vraagt pas na een jaar om een medisch-arbeidsdeskundige visie op de inzetbaarheid van deze kapster in spoor 1 en 2.

De Wvp schrijft echter niet voor dat op dat moment ook een concrete visie op de duurzame inzetbaarheid op lange termijn wordt gevormd. Soms wordt pas aan de poort van UWV geconcludeerd dat de knie van de kapster onvoldoende hersteld is en zij blijvend onvoldoende belastbaar is om weer als kapster te werken.

Voor cliënten kan dit proces grote gevolgen hebben. Zij investeren tijd en energie in een doel dat uiteindelijk niet haalbaar blijkt en houden hoop op volledig herstel en terugkeer in hun eigen werk. Teleurstelling, onzekerheid en verlies van zelfvertrouwen liggen op de loer. We zien dat deze mensen op termijn vaak secundaire klachten ontwikkelen, zoals spanningsklachten, concentratie-problemen en vermoeidheid.

Een samenhangende (medisch-arbeidsdeskundige) visie op de duurzame inzetbaarheid in een vroeg stadium kan dit voorkomen. Door vroeg een beargumenteerd standpunt in te nemen over de duurzame perspectieven kunnen onrealistische verwachtingen worden bijgesteld en kan sneller worden toegewerkt naar een passend en haalbaar toekomstbeeld.

De kaders binnen een letselschadezaak

Op dit punt kan de letsel-arbeidsdeskundige veel betekenen doordat wij vroeg worden ingeschakeld en mogen beschikken over alle medische adviezen. Het eerste verzuimjaar en een FML hoeven we niet af te wachten. Wij krijgen dus de gelegenheid én de verantwoordelijkheid om al vroeg te beoordelen wat op lange termijn reëel en duurzaam is. Daarbij kijken we niet alleen naar de belastbaarheid, behandelingen en medische prognoses, maar ook naar onder andere de competenties, interesses en het leervermogen van onze cliënt.

Een ander verschil is dat de letsel-arbeidsdeskundige meer ruimte krijgt voor maatwerk dan voor de arbeidsdeskundige binnen de reguliere Wvp‑kaders mogelijk is. Simpelweg omdat er geen kaders bestaan in een letselschadezaak. We krijgen veel ruimte om (kostbare) interventies in te zetten, zoals specifieke voorzieningen, multidisciplinaire trajecten of een volledige omscholing. Hierdoor kunnen wij vroegtijdig andere oplossingen bieden en andere toekomstperspectieven bereiken.

Onder andere deze verschillen maken ‘letsel’ een andere tak van dezelfde sport.

In het voorbeeld van de kapster zou de letsel-arbeidsdeskundige op basis van de medische prognose al een paar maanden na het ongeval de conclusie kunnen trekken dat een terugkeer in het eigen werk niet duurzaam haalbaar lijkt. Op dat moment kan de arbeidsdeskundige direct inzetten op rouwverwerking (meestal is dat aan de orde als mensen hun gezondheid en werk verliezen) en een nieuw, passend perspectief. De schadelast wordt op deze manier fors teruggedrongen én de cliënt wint veel voor hem of haar kostbare tijd.

Werken in letselschadezaken verveelt geen moment

Het creatieve denkproces, out of the box, vind ik persoonlijk erg leuk. Het daagt me uit, want de beste oplossing ligt zelden voor de hand. Vaardigheden die in dit werk worden aangesproken, zijn onder meer: creativiteit in denken en doen, een open en kritische blik en overtuigingskracht.

En kunnen laveren, helpt: ervoor zorgen dat het einddoel in zicht blijft, terwijl je soms even van koers moet veranderen om alle betrokkenen (onze cliënt, de bedrijfsarts, werkgever, verzekeraar) in je boot mee te nemen.

Voldoening voel ik als mijn cliënt het nieuwe perspectief heeft bereikt, wetende dat ik daar een rol in heb gespeeld. En trots ben ik als dat nieuwe perspectief in de ogen van velen niet haalbaar leek, maar door hard werken alsnog werd bereikt, naar ieders tevredenheid.

Denk je dat dit werkveld ook bij jou past?

Neem dan gerust contact met mij op! Ik ga graag met je in gesprek om de mogelijkheden te onderzoeken.