Expertise E/Actueel/Artikel AD-visie, deel 1 van een vierluik, door Esther Adriaansz

Artikel AD-visie, deel 1 van een vierluik, door Esther Adriaansz

De letselarbeidsdeskundige, een andere tak van dezelfde sport.

Collega’s en vrienden vragen mij met regelmaat hoe het komt dat ik al zo lang (25 jaar…) hetzelfde werk doe. Als mens heb ik namelijk de neiging om me snel te vervelen. Ik beantwoord de vraag altijd met zoiets als: ‘Het boeit me elke dag opnieuw’. Meestal kom ik hier niet mee weg en volgt al snel de vraag: ‘Wat maakt dit werk dan zo boeiend?’

In deze en de 3 hierop volgende edities van de AD-visie geef ik antwoord op deze vraag aan de hand van 4 thema’s die kenmerkend zijn voor het werken als arbeidsdeskundige in letselschadezaken.

Met deze reeks van 4[1] wil ik zichtbaar maken welke onzichtbare processen ons werk in letselschade-zaken beïnvloeden. Aan de hand van deze thema’s omschrijf ik wat het werk met mij als professional en met mij als persoon doet. Welke vaardigheden worden aangesproken, waar het mij uitdaagt en waardoor ik voldoening ervaar.

In deze editie neem ik jullie mee aan de hand van het eerste thema.

De twee petten van de arbeidsdeskundige; schadebeperking versus schadevaststelling

Wanneer mensen door letsel niet kunnen werken, ontstaat een van de grootste schadeposten in een letselschadezaak: het verlies aan verdienvermogen. De aansprakelijke partij moet niet alleen de geleden schade vergoeden, maar ook de ‘nog te lijden schade’. Bij tijdelijk verzuim beperkt deze schadepost zich misschien tot een paar duizend euro. Maar bij langdurige of blijvende arbeidsongeschiktheid van bijvoorbeeld een jong persoon met een hoog (potentieel) inkomen, kan het gemiste inkomen oplopen tot een paar miljoen euro. Het gaat dus geregeld om enorme bedragen, waarbij het voor ons werk van belang is te beseffen dat onze opdrachtgevers (de aansprakelijke partij en de belangenbehartiger van onze cliënt) het niet altijd eens zijn over de hoogte van die schade.

Een schadebehandelaar en letselschadeavocaat vinden het soms best spannend om ons in te schakelen, want daarmee geven zij een stuk regie uit handen. Arbeidsdeskundigen beïnvloeden namelijk altijd ‘hun’ schade. Dat doen wij enerzijds door het bieden van re‑integratieondersteuning, anderzijds door inzicht te geven in de (theoretische) verdienmogelijkheden van de cliënt.

Re‑integratie als middel tot schadebeperking

Een inkoppertje: een succesvolle re‑integratie betekent minder verzuim, minder inkomensverlies en logischerwijs minder schade. Achter deze simpele beredenering schuilt de ‘silver lining’: als de aansprakelijke partij een groot verlies aan verdienvermogen verwacht, dan zal deze al snel bereid zijn om te investeren in de re-integratie en krijgen wij veel middelen (tijd en geld) om dit verlies te beperken. Het gevolg hiervan is dat wij zelfs de ongebaande paden op mogen, zolang wij dit kunnen onderbouwen.

Wij focussen ons dus nooit alleen op de re-integratie in werk, maar ook op alle andere kansen en belemmerende factoren zoals; langdurende omscholing, schuldsanering, het verbeteren van de woonomstandigheden, inzet van niet-reguliere voorzieningen en interventies op (para)medisch gebied.

De arbeidsdeskundige als middel tot schadevaststelling

Wij kunnen ook een totaal andere rol in het schadeproces innemen. Als onze opdrachtgevers hier expliciet om vragen bieden wij inzicht in de omvang van het verlies aan verdienvermogen.

Om het verlies aan verdienvermogen vast te stellen kunnen 2 soorten onderzoeken aan de orde zijn: het zogenoemde would‑be onderzoek en onderzoek naar de resterende verdiencapaciteit. Would-be onderzoek houdt kort gezegd in dat wij de hypothetische loopbaan, het ongeval weggedacht, in kaart brengen. Hiermee stellen wij vast wat de cliënt tot aan het pensioen had kunnen verdienen als de cliënt geen ongeval was overkomen. Dit soort onderzoeken gaan vaak gepaard met veel onbekende variabelen.

Denk aan de gemiste carrière van bijvoorbeeld een geneeskunde of een veelbelovende concertpianist. Het in kaart brengen van een dergelijke carrière en de hierbij behorende gemiste inkomsten, gaat gepaard met veel onbekende variabelen en vraagt om methodisch en analytisch handelen.

Een onderzoek naar de resterende verdiencapaciteit verloopt op het eerste gezicht op een vergelijkbare manier als een eerstejaarsevaluatie of een WIA-beoordeling. Er zijn echter ook grote verschillen. Wij beschikken bijvoorbeeld niet over het CBBS. En de term ‘passende arbeid’ in het civielrecht kent een ruimere uitleg dan binnen het publieke stelsel.

Het grootste verschil zit hem in het feit dat wij in letselschadezaken nauwelijks gebonden zijn aan wet- en regelgeving. Dat zorgt ervoor dat parate kennis, bronnenonderzoek en overtuigingskracht onze belangrijkste instrumenten zijn.

Werken in letselschadezaken verveelt geen moment

Vaardigheden en kwaliteiten die wij in beide rollen bewust inzetten zijn onder meer: creatief oplossingsvermogen, analytisch denken, doortastendheid en overtuigen met argumenten. Maar vooral het persoonlijke verlangen om de kwaliteit van het leven van mensen op een positieve wijze te veranderen is een drijfveer die velen van ons kenmerkt.

De theoretische onderzoeken die wij verzorgen zijn complex maar altijd zingevend, omdat deze bijdragen aan een soepele en eenduidige vaststelling van de schade. Een einde brengen aan het letselschadeproces is vaak het diepste verlangen van onze cliënten. Daar een belangrijke bijdrage aan mogen leveren, is wat mij in deze rol motiveert en voldoening geeft.

Denk je dat dit werkveld ook bij jou past?

Neem dan gerust contact met mij op! Ik ga graag met je in gesprek om de mogelijkheden te onderzoeken.